Wouter van der Giessen

(un)conventional objects

datum
23 t/m 26 September
categorie
Social Aspects
share story
Info

[English text below Dutch]

Plekken die zich ergens bevinden tussen privéterrein en openbare ruimte, zoals de voortuin. Voorwerpen die iedereen kan bezitten, maar die tegelijk een persoonlijk verhaal kunnen bevatten. Wouter van der Giessen (1995) werpt met zijn werk een nieuwe blik op het bekende. De hele gewone dingen waarmee we ons dagelijks omringen kunnen voor Wouter iconisch zijn. Zoals de parasolvoet in ieders tuin. Door goed te kijken naar een plek weet hij het gewone uit zijn alledaagse context te lichten, met een beeldtaal die voor iedereen herkenbaar en tóch verrassend is. In de voorbereidingen van hun gezamenlijke ACT vonden Wouter van der Giessen en Mickey Yang elkaar in een gedeelde interesse voor associaties en (mis)interpretaties die kleven aan collectieve herinneringen. Met hun ACT doen ze dan ook een beroep op herinnering en speelse verbeeldingskracht.

Wouter van der Giessen studeerde in 2020 af aan AKV St. Joost (Breda). Toen door corona de eindexamenexpositie op losse schroeven stond, wist hij een nadelige situatie om te buigen naar een kans: hij initieerde een beeldenroute in de openbare ruimte van Breda. Hij maakte daarbij gebruik van wat hij ter plekke aantrof: ‘Het zijn kleurrijke en iconische objecten die mijn aandacht trekken. Zoals een rij kliko’s op de stoep. Daar word ik warm van. Deze objecten gelden als bouwstenen voor mijn sculpturale interventies in de publieke ruimte.’

Met zijn speelse werk wijst hij ons op conventies, waar we ons niet altijd van bewust zijn. ‘Ik houd van deze conventies, ze geven houvast in het dagelijks leven. Als kunstenaar onderzoek ik hoe we daar op een andere manier naar kunnen kijken. Door met een speelse mentaliteit aan het werk te gaan, haal ik de onderliggende sculpturale kwaliteiten van deze voorwerpen naar boven. Ik creëer een beeld, iets met een kinderlijke aantrekkingskracht waar je naar wilt kijken en dat herinneringen oproept.’

De objecten zijn herkenbaar, maar worden door Wouter anders ingezet dan we gewend zijn. Zo kan bijvoorbeeld een sculptuur van zwemnoodles opeens lijken op een uitvergroot fietsenrek. ‘Zo werk ik in mijn sculpturen toe naar een moment waarin verschillende interpretaties mogelijk zijn. Door mijn sculpturen te plaatsen waar ze voor iedereen zichtbaar zijn, geef ik ze vrij aan het publiek. Hiermee wil ik je uitnodigen te kijken naar wat je daadwerkelijk ziet, in plaats van wat je denkt te zien.’

Places, somewhere between private property and public space, such as the front yard. Objects that everyone can own, but which at the same time can contain a personal story. With his work Wouter van der Giessen (1995) casts a new eye on the familiar. The very ordinary things that we surround ourselves with every day can be iconic to Wouter. Like the parasol foot in everyone’s garden. By looking closely at a given location, he is able to lift the ordinary out of its everyday context, with a visual language that is both recognizable and surprising. In the preparations for their joint ACT, Wouter van der Giessen and Mickey Yang found each other in a shared interest in associations and (mis)interpretations that are attached to collective memories. With their ACT they appeal to memory and playful imagination.

Wouter van der Giessen graduated from AKV St. Joost (Breda) in 2020. When corona jeopardized the finals exhibition, he managed to turn a disadvantageous situation into an opportunity: he initiated a sculpture route in the public space of Breda. He made use of what he found on the spot: ‘It is colorful and iconic objects that draw my attention. Like a row of garbage bins on the sidewalk. I’m all-in for that. These objects serve as building blocks for my sculptural interventions in the public space.’

With his playful work, he points us to conventions, of which we are not always aware. ‘I like these conventions, they give us something to hold on to in everyday life. As an artist, I investigate how we can look at them in a different way. By getting to work with a playful mindset, I bring out the underlying sculptural qualities of these objects. I create an image, something with a childlike appeal that you’ll want to look at and that evokes memories.’

The objects are recognizable but are used differently by Wouter than we are used to. For example, a sculpture of swimming noodles can suddenly look like an enlarged bicycle rack. ‘By doing so I work towards a moment in which different interpretations are possible. By placing my sculptures where they can be seen by everyone, I release them to the public. By doing so, I want to invite you to look at what you actually see, rather than what you think you see.’